Free at last


In de 70er jaren werd een Joodse man geïnterviewd door een VPRO verslaggever. Op een gegeven moment kwam de vraag: 'Heeft u ooit in een kamp gezeten?' Waarop de man droogjes antwoordde: 'Ach, ik ben opgegroeid in een gezin.' Ik begon hysterisch te lachen. Kon bijna niet ophouden. Een bizarre ervaring. Dat het bij ons thuis niet best was, dat wist ik natuurlijk allang. Een veeleisende en emotioneel afwezige vader en een depressieve moeder, die al haar ellende en frustraties bij mij dumpte. Ze probeerde zich minstens twee keer van het leven te beroven. Op mijn dertiende was ik al een volleerd hulpverlener. Mijn hele universum draaide om het in leven houden van mijn moeder. Wie ik was en wat ik voelde en wilde, dat was mij onbekend. Dat ik bestond niet. Op school werd ik gepest, jaar in, jaar uit. En alsof er op mijn hoofd de tekst 'Gemakkelijke prooi' gedrukt stond, op mijn 10e en 14e meermalen misbruikt door een oudere jongen. Of de hel werkelijk bestaat weet ik niet, maar ik heb er wel in gezeten.
In 1987 stortte ik in. Ik had net mijn studie afgebroken en viel in een diep gat. Depressies en therapieén volgden. Na drie intense jaren leek de klus geklaard en vond ik mijn eerste vaste (en leuke!) baan. Een liefdevolle relatie volgde, in 1996. Mission accomplished leek het. Toch had ik nog terugkerende problemen. Ondermijnende gedachtes kwamen me vrijwel dagelijks kwellen. Over niet deugen en schuldig voelen. Probeerde van alles om er vanaf te komen. Een sekte en 14 jaar therapie uitgeprobeerd.
In 2008 Tools for Life. Ik was al jaren oververmoeid en had seksuele problemen. De (h)erkenning van het misbruik (van lang geleden) kwam nu pas. Ik bleek het vroeger geïdealiseerd te hebben. In een situatie van langdurige verwaarlozing leek het alsof iemand echt aandacht voor mij had. Dat de misbruiker daarbij ver over mijn grenzen was gegaan, daar kwam ik nu pas achter. Ik had het, net als het pesten, vaak uit schaamte, verzwegen. Twee heftige weken therapie. Vooral het werken met woede was bevrijdend. Eindelijk kon een deel van al die opgekropte razernij eruit. Voelde voor het eerst een ongekende (mannelijke) kracht. En helderheid. Ik kon eindelijk, op mijn 49e, alle ellende recht in de ogen kijken. Zo was het. Voel dat maar. Je bent nu volwassen, je gaat niet meer aan wat er gebeurde, ten onder. Telkens vroeg mijn therapeute: 'Wie heeft dit gedaan?' En dan schreeuwde ik het uit: 'IK.'
Toen ik na afloop in de bus naar huis reed, zag een klein spontaan meisje me. Zodra onze ogen elkaar ontmoeten, gilde ze uit van blijdschap en stak haar armen naar me uit. Herkenning. Vreugde. Wel kreeg ik na anderhalve maand de rekening van een leven vol stress en perfectionistisch werken gepresenteerd. Ik stortte in, een hevige burn out. Wat een desillusie. Na zo'n goede therapie zo afbranden, ik kan dat niet accepteren. Het leek een wrede grap. Voor de duidelijkheid, het kwam niet door de therapie maar door de jarenlang onderdrukte trauma's, in de voorafgaande jaren. Het eerste half jaar kon ik alleen maar slapen. Bizar was dat. Ik kon letterlijk niet meer. Mijn wilskracht had hier geen antwoord op. Voor de verwerking was het een zegen, alle vluchtwegen waren afgesneden. Ik kon mijzelf en mijn verleden niet meer ontwijken. Dat viel niet mee, het was een pijnlijke confrontatie. Al mijn overlevingsstrategieën verzetten zich tegen dit proces. Het duurde lang, mijn relatie is eraan ten gronde gegaan. Nu bleek ook hoe belangrijk het na traject van de therapie was. Dat hield de focus scherp. Uithuilen en koppig opnieuw beginnen. Leunen op een ander was er niet meer bij. Kerstavond 2010 gebeurde het onverwachte: ik ontdekte, ik ben niet langer in de greep van mijn verleden. Bevrijding. Het aparte is dat bepaalde problemen er nog steeds zijn, zoals een hardnekkige vermoeidheid. En toch is alles anders. De gekte in mijn hoofd is verdwenen. Ik heb mezelf gevonden. Dankbaarheid, immense dankbaarheid. Zo ben ik bedoeld. Eindelijk kan ik leven.
Free
Free at last
God almighty, free at last.

René (50 jaar)